De ICT-branche wordt steeds volwassener en net zoals in andere branches neemt de specialisatie en daarmee de complexiteit van de samenwerking tussen hoofd- en onderaannemers toe. Helaas gaan daardoor in deze samenwerkingsvormen soms zaken mis, waardoor een drie-partijen conflict tussen de klant, hoofd- en onderaannemer dreigt. Een snelle, vertrouwelijke oplossing is dan geboden. De Stichting Geschillenoplossing Organisatie & Automatisering (SGOA) is sinds 1989 het instituut voor de branche waar ICT-partnerbedrijven en hun klanten hun geschillen in de minne oplossen. Uit onderstaande twee cases blijkt hoe de SGOA geschillen oplost.

Nieuw: Levensgevaarlijk
Een fabrikant voor diagnostische apparatuur sloot een exclusieve distributieovereenkomst met een softwarebouwer en ging de markt op met het combinatieproduct. Na drie jaar samenwerken viel er een brief in de bus, waarmee de fabrikant de overeenkomst beëindigde. Volgens de fabrikant was gebleken, dat de software ondeugdelijk en zelfs levensgevaarlijk was. Hij wist zich gesteund door een onderzoeksrapport van een gerenommeerd onderzoeksinstituut. In het uiteindelijke hoger beroep werd er zorgvuldig naar het dossier gekeken en bleef er , behalve de kaft met het indrukwekkende logo, niets over van het rapport waarop de rechter in eerste aanleg zo zwaar geleund had. Lees verder...
Case: Van conflict naar samenwerking
Een softwarehuis A sluit een overeenkomst met een ander softwarebureau B over de exclusieve verkooprechten van een softwarepakket van B. Softwarehuis A heeft geen afnameverplichting, wel een verplichting tot verkoopinspanning. Volgens softwarehuis A blijken direct na levering gebreken en zou de documentatie onjuist en onduidelijk zijn. Softwarebureau B bestrijdt dat er fundamentele fouten in de software voorkwamen en stelt geen verplichting te hebben gehad documentatie te leveren. Er worden positieve testrapporten van derden overlegd, waarvan softwarehuis A beweert dat deze zijn opgesteld door een familielid van de directie van B. Softwarebureau B stelt verder dat de software door A gemanipuleerd kan zijn, zodat die versie geen object van toetsing mag zijn. De afspraken waren gezamenlijk promotioneel optreden en samen kosten en opbrengsten delen. Partijen dachten dat het mogelijk moest zijn een omzet te behalen van euro 320.000. Softwarehuis A produceert 1000 pakketten, waarvan A de helft van de productiekosten betaalt, alsmede euro 7500 voor exclusieve verkooprechten. Verder bestelt softwarehuis A voor euro 7500 aan pakketten. Gezien de kwaliteit van de software wil softwarehuis A de pakketten niet verkopen, terwijl er wel bestellingen zijn geweest. Na de nodige felle correspondentie over en weer besluit softwarehuis A de overeenkomst te ontbinden en eist bijna euro 300.000 schadevergoeding. Softwarebureau B verzoekt de rechtbank als reactie daarop softwarebureau A te veroordelen tot het betalen van de openstaande rekening van euro 2500 plus de schade, geschat op vele honderdduizenden euro's. Een Arrondissementsrechtbank vraagt een deskundige van de SGOA een onderzoek in te stellen naar de kwaliteit van de programmatuur op een specifieke datum.
De procedure start met kennismakingsgesprekken met hun toestemming zonder de aanwezigheid van advocaten. Al in de eerste gesprekken wordt duidelijk dat beide partijen in hun maag zitten met deze zaak. Zij beseffen ook dat de beide tegenstrijdige standpunten over de software overtrokken zijn. Verder blijkt ook dat de wederzijdse schadeclaims nergens op gebaseerd zijn. De deskundige constateert dat de laatste versie van het onderhavige softwareprogramma van softwarehuis B nog steeds goed bruikbaar is voor softwarehuis A. Hij stelt voor om alsnog een distributie-overeenkomst aan te gaan tussen A en B en voert enige pendeldiplomatie uit om te komen tot voor beide partijen acceptabele voorwaarden. Softwarehuis B mag gratis softwarepakketten bestellen tot een waarde van euro 30.000 en krijgt een korting van 4 procent op volgende bestellingen. Na een korte testperiode voor de (nieuwe) software, wordt deze door softwarehuis A akkoord bevonden. Daarna wordt een door de deskundige opgestelde distributieovereenkomst door partijen ondertekend en wordt de rechter geïnformeerd dat de zaak is afgehandeld.
Case: Wat is een UNIX-implementatie?
Een groep bedrijven besluit een ICT-vereniging op te zetten, welke voor en namens hen onderhandelingen uitvoert met een ICT-leverancier. Er wordt een informatiesysteem ontwikkeld en er worden afspraken gemaakt voor implementatie en onderhoud gedurende een periode van 7 jaar. De software wordt geleverd onder een specifiek operating systeem. Na verloop van tijd wordt besloten om over te stappen op het operating systeem UNIX. Er wordt een aanvullende overeenkomst gesloten, waarin staat, dat de oorspronkelijke overeenkomst nog 5 jaar duurt na de start van de UNIX-implementatie. Tegen het eind van de overeenkomst verschillen partijen van mening over de uitleg van het begrip 'UNIX-implementatie en dus over de duur van de overeenkomst. De ICT-leverancier stelt zich op het standpunt dat met de start van de UNIX-implementatie bedoeld is het operationeel worden (ingebruikname) van het bestaande informatiesysteem maar dan onder UNIX. Sommige leden van de groep hanteren als uitleg het moment waarop aan ICT-leverancier de opdracht is verstrekt om over te gaan tot implementatie; anderen vinden het moment van de succesvolle acceptatietest het geëigende moment. De overeenkomst en andere documentatie geven geen verdere aanknopingspunten. De verschillende interpretaties over de UNIX-implementatie betekenen een verschil in afdrachten c.q. betalingen van meer dan een miljoen gulden.
De SGOA wordt gevraagd een bindend advies uit te brengen. Deze redeneert als volgt: er bestaan verschillende definities van 'implementatie', zoals een idee of plan realiseren, of het installeren, testen en in gebruik nemen (bijvoorbeeld van apparatuur, informatiesysteem, programmatuur en procedures). Het is echter ook gebruikelijk in de automatisering dat, wanneer het gaat over één en hetzelfde informatiesysteem in verschillende technische omgevingen, men deze applicaties aanduidt als de DOS-implementatie, de Windows-implementatie, de UNIX-implementatie, etc. In dat geval wordt derhalve niet een deel van een project bedoeld, maar juist het resultaat van het hele project: het werkende informatiesysteem onder DOS, Windows of UNIX. In dit onderhavige geval gaat niet om een klassiek bouwproject, maar om een bestaand informatiesysteem, dat in een andere technische omgeving moest worden gebracht. Bindend advies: met de UNIX-implementatie is een applicatiesysteem bedoeld en niet een fase in een project.
Mediation geeft partijen beide dus de gelegenheid om vrijblijvend het achterste van hun tong te laten zien, om te zien of er een oplossing te bedenken is. Dat is zeker voor ICT-geschillen, waar de problemen zelden slechts van één kant komen, dus een effectieve en efficiënte manier om te proberen er samen uit te komen. |